Hij kijkt je aan alsof hij al dagen niets heeft gehad, terwijl de voerbak een uur geleden nog vol stond. Herkenbaar? Hoeveel voer je hond per dag nodig heeft, is een van de meest gestelde vragen van baasjes. En het eerlijke antwoord is: dat hangt af van je hond, niet van zijn smekende blik.
De voedingstabel op de verpakking is een goed vertrekpunt, maar meer ook niet. Twee honden van hetzelfde gewicht kunnen een heel andere dagelijkse portie nodig hebben. In dit artikel lees je hoe je de juiste hoeveelheid hondenvoer bepaalt en hoe je controleert of je goed zit.
Waar hangt de dagelijkse hoeveelheid voer van af?

De hoeveelheid voer die je hond nodig heeft, draait om energie. Je hond moet precies zoveel calorieën binnenkrijgen als hij verbruikt. Krijgt hij structureel meer, dan wordt hij dikker. Krijgt hij minder, dan valt hij af.
Hoeveel energie een hond verbruikt, verschilt flink per dier. Dit zijn de belangrijkste factoren:
- Gewicht: een grotere hond eet meer, maar niet evenredig. Een hond van 40 kilo heeft geen vier keer zoveel voer nodig als een hond van 10 kilo.
- Leeftijd: pups groeien en hebben per kilo veel meer energie nodig. Senioren hebben vaak juist minder nodig.
- Activiteit: een jachthond die dagelijks uren rent, verbrandt veel meer dan een hond die vooral op de bank ligt.
- Gecastreerd of niet: na castratie of sterilisatie daalt de energiebehoefte vaak, terwijl de eetlust juist toeneemt.
- Soort voer: brokken, natvoer en vers vlees verschillen sterk in calorieën per 100 gram.
Dat laatste punt wordt vaak vergeten. Wissel je van merk of soort voer, dan klopt je oude schepje meestal niet meer.
De voedingstabel op de verpakking: handig, maar niet heilig
Elke zak brokken heeft een tabel met het aanbevolen aantal grammen per dag, op basis van het gewicht van je hond. Gebruik die tabel als startpunt. Weeg het voer in het begin echt af met een keukenweegschaal, want een maatbeker of ‘een flinke hand' zit er al snel tientallen grammen naast.
Let bij het aflezen op twee dingen. Kijk naar het ideale gewicht van je hond, niet naar zijn huidige gewicht als hij te zwaar is. En houd er rekening mee dat veel tabellen uitgaan van een gemiddeld actieve, volwassen hond. Is jouw hond rustiger of juist veel actiever, dan pas je de portie aan.
Twijfel je welk type voer het beste past bij jouw hond? Lees dan ook ons artikel over hondenvoer kiezen: van brokken tot vers vlees.
Zo reken je de energiebehoefte van je hond uit

Wil je het preciezer weten? Dierenartsen gebruiken vaak een vaste formule voor de energie die een hond in rust nodig heeft: 70 × (lichaamsgewicht in kilo)0,75. Dat getal vermenigvuldig je met een factor voor de levensfase en activiteit van je hond.
Indicatie per gewicht
Voor een volwassen, gemiddeld actieve hond komt dat ongeveer hierop uit:
| Gewicht hond | Gecastreerd/gesteriliseerd (kcal per dag) | Niet gecastreerd (kcal per dag) |
|---|---|---|
| 5 kg | ca. 375 | ca. 420 |
| 10 kg | ca. 630 | ca. 710 |
| 20 kg | ca. 1.060 | ca. 1.190 |
| 30 kg | ca. 1.435 | ca. 1.615 |
| 40 kg | ca. 1.780 | ca. 2.000 |
Op de verpakking staat hoeveel kilocalorieën het voer per 100 gram bevat. Deel de dagelijkse behoefte door dat getal en je weet ongeveer hoeveel gram je hond per dag nodig heeft. Bevat je brok bijvoorbeeld 370 kcal per 100 gram, dan komt een gecastreerde hond van 10 kilo uit op zo'n 170 gram per dag.
Waarom het een indicatie blijft
Deze getallen zijn gemiddelden. De ene hond heeft een snelle stofwisseling, de andere komt al aan als hij naar een koekje kijkt. Gebruik de berekening dus als richtlijn en stel bij op basis van wat je ziet en voelt aan je hond.
Pups, senioren en sporthonden
Niet elke hond past in de standaardtabel. Sommige groepen vragen om extra aandacht.
Puppy's
Een pup heeft per kilo lichaamsgewicht veel meer energie nodig dan een volwassen hond. Gebruik altijd puppyvoer en de puppytabel op de verpakking, en verdeel het voer over meerdere kleine maaltijden per dag. Bij pups van grote rassen is het juist belangrijk dat ze niet te snel groeien. Lees daarover meer in ons artikel over de optimale groei van puppy's van grote rassen.
Oudere honden
Naarmate je hond ouder wordt, beweegt hij meestal minder en verbrandt hij minder energie. Blijf je dezelfde portie geven, dan sluipen de kilo's erin. Weet je niet precies in welke levensfase je hond zit? Check dan hoe oud je hond in mensenjaren is.
Actieve en sportieve honden
Doet je hond aan hondensport, werkt hij als jachthond of loop je er dagelijks lange afstanden mee? Dan kan zijn energiebehoefte flink hoger liggen dan de tabel aangeeft. Verhoog de portie stapsgewijs en houd zijn conditie in de gaten.
Controleer of je goed zit: de ribbentest

De weegschaal vertelt veel, maar je handen vertellen meer. Bij een hond op een gezond gewicht voel je de ribben makkelijk met een vlakke hand, zonder dat je moet duwen. Je ziet ze niet duidelijk uitsteken. Van boven bekeken heeft je hond een zichtbare taille achter de ribben.
- Ribben moeilijk te voelen, geen taille: je hond is waarschijnlijk te zwaar. Geef iets minder voer.
- Ribben, wervels en heupbotten duidelijk zichtbaar: je hond is waarschijnlijk te mager. Geef iets meer voer.
Pas de portie in kleine stappen aan, bijvoorbeeld met tien procent, en weeg je hond na twee tot drie weken opnieuw. Zo voorkom je dat je doorschiet. Zit je hond echt te zwaar, dan helpt ons artikel over overgewicht bij je hond aanpakken je verder. Is hij juist te licht, lees dan meer over ondergewicht bij honden.
Vergeet de snacks en restjes niet
Hondenkoekjes, kauwstaven, trainingsbeloningen en dat ene stukje kaas: het telt allemaal mee. Veel honden worden niet te dik van hun brokken, maar van alles wat er naast de voerbak bij komt.
Houd als vuistregel aan dat snacks niet meer dan ongeveer tien procent van de dagelijkse calorieën vormen. Train je veel met beloningen? Haal dan een deel van de dagelijkse brokken uit de portie en gebruik die als beloning. Zo blijft de totale hoeveelheid gelijk.
Hoe vaak per dag geef je voer?
De meeste volwassen honden doen het goed op twee maaltijden per dag, 's ochtends en 's avonds. Dat geeft een stabiel energieniveau en voorkomt dat je hond schrokt van de honger. Pups krijgen meer kleine maaltijden, die je geleidelijk afbouwt naarmate ze ouder worden.
Vaste voertijden helpen ook bij de zindelijkheid en voorkomen bedelgedrag. Een goede voerbak die past bij de grootte en het eetgedrag van je hond maakt het voeren makkelijker. Bij schrokkers kan een slowfeeder helpen.
Wanneer naar de dierenarts?
Verandert de eetlust of het gewicht van je hond ineens, zonder dat jij iets aan het voer of de beweging hebt veranderd? Neem dan contact op met je dierenarts. Dat geldt zeker als je hond snel afvalt terwijl hij goed eet, veel meer drinkt dan normaal of zijn voer langere tijd laat staan. Ook bij honden met een medische aandoening, zoals suikerziekte of nierproblemen, bepaal je de hoeveelheid en het soort voer altijd samen met de dierenarts.
Eet je hond gewoon wat minder dan je gewend bent, maar is hij verder fit en vrolijk? Lees dan eerst ons artikel over een hond die slecht eet.
De juiste hoeveelheid voer vind je niet in één keer op de zak, maar door te kijken naar jouw hond. Weeg deze week de dagelijkse portie af, doe de ribbentest en noteer het gewicht van je hond. Herhaal dat over een paar weken en je weet precies of je goed zit.
Bekijk handige honden links: