Deerhound

FCI-Standaard Nr.164 17-6-1998 Groot Brittanië
Land van herkomst: Groot Brittanië
Doel: Renhond, jachthond, gezelschapshond
Classificatie FCI: groep 10, Zichthonden
Sectie 2, Ruwharige zichthonden
Zonder werkproef

Algemeen voorkomen:
De Deerhound lijkt op een ruwharige Greyhound, echter groter en met zwaarder beendergestel.
Gedrag en temperament: De bouw geeft de indruk van een unieke combinatie van snelheid, kracht en uithoudingsvermogen, noodzakelijk om een hert neer te halen, maar de doorsnee houding is zacht en waardig. Zacht en vriendelijk. Gehoorzaam en makkelijk iets aan te leren door zijn wil te behagen. Gezeglijk en met een goed temperament, nooit achterdochtig, agressief of nerveus. Gaat door het leven met een stille waardigheid.

 
Hoofd:
Lang
Craniale streek:
Schedel:
Schedel eerder vlak dan rond, met een lichte verhoging boven de ogen. Het breedst bij de oren, een weinig versmallend naar de ogen. Schedel bedekt met matig lang haar, dat zachter is dan de rest van de vacht.
Stop:
geen stop.
Gezichtsstreek:
Neus:
De neus moet licht gebogen zijn en zwart.
Snuit:
Duidelijk meer versmallend naar de neus. Bij lichter gekleurde honden heeft een zwart masker de voorkeur.
Lippen:
Gesloten. Er moet een goede snor zijn van tamelijk zijdeachtig haar en enige baard.
Kaken en Tanden:
De kaken moeten sterk zijn met een perfect regelmatig en volledig scharend gebit, d.w.z. de boventanden moeten de ondertanden nauwsluitend overlappen en recht in de kaken staan.
Ogen:
Donker. Gewoonlijk donkerbruin of hazelnootkleurig. Lichte ogen zijn ongewenst. Het oog moet matig vol zijn met in rust een zachte uitdrukking, maar een scherpe in de verte turende blik wanneer de hond opgewonden is. De randen van de oogleden moeten zwart zijn.
Oren:
Hoog aangezet en in rust naar achteren gevouwen. Bij opwinding boven het hoofd gericht zonder de vouw te verliezen en in sommige gevallen half opgericht. Een groot, dik oor dat plat tegen het hoofd hangt of een prikoor is ongewenst. Het oor moet zacht en glanzend zijn en aanvoelen als een muizenvelletje. Hoe kleiner hoe beter, zonder lange beharing. De oren moeten zwart of donker gekleurd zijn.
Hals:
Sterk, van een goede lengte, soms gemarkeerd door een kraag. De hoofd-nek overgang moet sterk geprononceerd zijn, de keel droog.

Lichaam:
Lichaam en algemene bouw moeten zijn als van een Greyhound van grotere afmetingen en zwaarder beendergestel.
Achterhand:
Een vlakke bovenbelijning is ongewenst.
Lendenen:
goed gewelfd en afvallen naar de staart.
Kruis:
aflopend, breed en krachtig.
Borst:
Eerder diep dan breed maar niet te smal en vlak.
Staart:
De staart moet lang zijn, dik bij de aanzet, geleidelijk in een punt uitlopen en bijna tot aan de grond reiken. In rust volkomen recht naar beneden hangend, of gebogen. Beweegt de hond, dan moet de staart gebogen zijn, maar in geen geval boven de rug geheven. Hij moet goed behaard zijn, met aan de bovenkant dik haar dat stug aanvoelt, aan de onderzijde wat langer haar. Een lichte franje aan het eind is niet bezwaarlijk. Een krul- of ringstaart is ongewenst.

Ledenmaten:
Voorhand:
De voorbenen moeten recht, breed en vlak zijn.
Schouders:
Goed liggend, met niet te veel ruimte ertussen. Beladen en steile schouders zijn ongewenst
Elleboog en opperarm:
goede breedte gewenst.
Achterhand:
Flinke lengte van heup tot hak. Het bot moet breed en vlak zijn.
Heupen:
Ruim van elkaar liggend.
Kniegewricht:
Goed gebogen.
Voeten:
Kompact met goed gebogen tenen. De nagels moeten sterk zijn.
Gangwerk:
Licht, energiek en zuiver, met uitgrijpende gangen.

Vacht:
Haar:
Ruig maar niet overmatig behaard. Een wollige vacht is onaanvaardbaar. De juiste vacht is een dikke, vast aanliggende ruige vacht, die stug of hard aanvoelt. Het haar op het lichaam, hals, voor- en achterhand moet hard en stug zijn met een lengte van ongeveer 7 tot 10 centimeter. Het haar op het hoofd, borst en buik is veel zachter. Er is enige franje aan de binnenkant van de voor- en achterbenen.
Kleur:
Donker blauwgrijs, donkere en lichtere variaties van grijs en gestroomd zowel als geel, zandkleurig rood en rood-reekleurig met zwarte aftekeningen. Een witte borst, witte tenen en een kleine witte punt aan de staart zijn toegestaan, maar hoe minder wit hoe beter, aangezien het een eenkleurige hond is. Een witte bles op het hoofd of een witte kraag is onaanvaardbaar.

Gewicht en maat:
Reuen: minimaal gewenste schofthoogte 76 cm. Gewicht ca. 45,5 kg
Teven: minimaal gewenste schofthoogte 71cm. Gewicht ca. 36,5 kg

Fouten:
Iedere afwijking van het bovenstaande moet als een fout gezien worden, waarbij de mate van de fout de ernst van de beoordeling bepaald.


Meer op Hondenplaza over: Deerhound


Vragen over je hond? stel ze op het Hondenforum