Kynologie: Outcross

Betekenis: Outcross

Er is sprake van outcross als in de stamboom van de vaderhond geen enkele naam staat die ook voorkomt in die van de moederhond. Dat betekent dus dat de ouderdieren – althans binnen vijf generaties – geen familie van elkaar zijn. De ouderdieren zitten dan genetisch ook verschillend in elkaar. Verschillend uiteraard slechts voorzover dat binnen een ras mogelijk is, omdat rasgenoten per definitie veel van elkaar weg hebben. Zelfs als de ouderdieren in bepaalde opzichten op het oog overeenkomen, valt bij een outcross combinatie moeilijk te voorspellen hoe hun pups zullen uitvallen. Die kunnen op de ouders gaan lijken, maar dat hoeft helemaal niet. Soms vinden fokkers dat vervelend, soms is het juist gewenst. Van tijd tot tijd heeft elke fokker namelijk behoefte aan een verruiming van de mogelijkheden, daarvoor moet hij een outcross toepassen. Hondenfokkers spreken van inteelt als de eerste overeenkomende namen al optreden in de generatie van de ouders of grootouders. Dat gebeurt dus als een reu met zijn dochter of zijn moeder wordt gecombineerd of als een (half)broer en (half)zuster aan elkaar worden uitgehuwelijkt. Voor alle andere combinaties hanteert men het begrip lijnteelt. Daarbij vindt je dus ‘ergens' in de stamboom aan vaders- en moederskant een of meer namen meer dan een keer terug. De ouderdieren zijn in meer of mindere mate familie van elkaar.


Vragen over je hond? stel ze op het Hondenforum