Dorst bij de hond

Vochtverlies
Veel drinken is een symptoom, dat kan passen bij verschillende afwijkingen. Het is daarom goed om eens de oorzaken van veel plassen / veel drinken, in vaktermen polyurie / polidipsie (afgekort pu/pd) voor u op een rij te zetten.
Ik schrijf opzettelijk 'veel plassen / veel drinken'; in deze volgorde dus. Ik leg u uit waarom. Een hond, die veel drinkt, doet dat omdat hij dorst heeft. Logisch, hoor ik u denken! Wanneer heb je dorst? Als het lichaam 'vraagt' om vocht. En dat doet het alleen, als er een tekort aan vocht is. Bedenk dan dus steeds, dat er eerst vochtverlies optreedt. Door gebrek aan vocht ontstaat dorst. Pas dan gaat de hond drinken om het aan te vullen; zo veel als nodig is. Dus: Eerst veel plassen en dan pas veel drinken!
Als ik dat zo uitleg, begrijpt u, waarom het zo gevaarlijk is om een dorstige hond water te weigeren. De stelregel: Ik geef hem 's avonds maar geen water meer, dan plast hij 's nachts tenminste niet in huis, is dus helemaal verkeerd en kan in sommige gevallen een levensbedreigende uitdroging tot gevolg hebben.

Aqualist
Er is een uitzondering op deze regel. Dat is de 'Aqualist' of 'Waterverslaafde'. De psychogene drinker. De hond, die uit gewoonte of aandachttrekkerij veel drinkt. Dat is een hond die veel drinkt en dáárdoor veel plast. Dus andersom!
Deze Aqualist komt zelden voor en kan soms wel 15 liter water per etmaal drinken. Als je zo'n 'Aqualist minder te drinken geeft, zie je in het urineonderzoek, dat de nieren vanzelf zuiniger met het vocht gaan omspringen en de concentratie van de urine toeneemt. Dat zien we bij de andere afwijkingen niet gebeuren. U moet dus wel heel zeker van de diagnose 'Aqualisme' zijn om de hoeveelheid water te beperken.

Uitdroging!
Zeker als er nog eens sprake is van braken en diarree, waardoor er nog eens extra vochtverlies optreedt, moeten we eerder denken aan vocht toedienen dan onthouden. Als de patiënt dan ook nog weigert te drinken, omdat hij zich ziek voelt, of, dat alles wat gedronken is er onmiddellijk weer uitgegooid wordt, droogt het dier uit en is het te begrijpen, dat dierenartsen snel klaar staan met infusen; onder het motto: Beter te vroeg dan te laat. Vooral jonge en oude dieren kunnen veel schade ondervinden van uitdroging.

Wat is veel?
Vaak vragen mensen: 'Maar wat is nou teveel drinken? Wat de één veel vindt, beschouwt de ander als normaal. Soms vindt een eigenaar, dat z'n hond te veel drinkt, omdat de 'vorige' te weinig dronk. Vuistregel voor de hoeveelheid water per etmaal is: 50 ml per kg lichaamsgewicht per etmaal. Een hond van 20 kg lichaamsgewicht moet dan ongeveer 1 liter per etmaal drinken, één van 60 kg dus 3 liter. Natuurlijk spelen uitwendige factoren een belangrijke rol: Omgevingstemperatuur, hoeveelheid lichaamsbeweging, droogvoer, medicijnen (!), e.d.

Soortelijk gewicht
De dierenarts kan aan de concentratie van de urine bepalen of er werkelijk sprake is van veel drinken. Hij meet dan het soortelijk gewicht van de urine. Normaal is het soortelijk gewicht, afgekort s.g., van de urine bij een hond tussen de 1.015 – 1.045. Als we dat s.g. bepalen moeten we dat niet in 1 urinemonster doen, maar in minstens 3. De monsters moeten op verschillende momenten van de dag, of, op verschillende dagen zijn opgevangen of afgenomen. Er zit namelijk nog wel eens wat variatie in het s.g.. Een bepaling in meerdere monsters, maakt de kans op foutieve conclusies kleiner.

De oorzaken
Bij de volgende ziekten zien we het symptoom 'dorst': Suikerziekte of Diabetes mellitus Ziekte van Cushing of overproduktie van bijnierschorshormonen Schrompelnier of chronische nierinsufficientie Pyometra of chronische baarmoederontsteking Diabetes insipidus of verlies aan concentrerend vermogen Pancreasatrofie of onvoldoende alvleesklierwerking Suikerziekte
Hoe suikerziekte ontstaat, weten we niet precies. De hormoonhuishouding speelt er zeker een beslissende rol bij. Suikerziekte komt voornamelijk voor bij de teef. Opvallend is, dat het ontstaat direct in aansluiting op de loopsheid. Als het bij een (gecastreerde) reu voorkomt, hebben we meestal (ook) te maken met de Ziekte van Cushing (zie punt 2). Let op! Als een teef direct na de loopsheid veel drinkt, laat dan altijd het bloed controleren (vooral ook) op suiker. Ook al is er (nog) geen suiker in de urine te vinden!! In het voorstadium van suikerziekte (de 'pre-diabetes') is de suikerspiegel in het bloed weliswaar verhoogd, maar is er nog geen suiker in de urine aan te tonen. In de fase van pre-diabetes kan een operatie (verwijderen van baarmoeder en vooral ook de eierstokken) in veel gevallen voorkómen, dat de hond werkelijk suikerziekte ontwikkelt. Als het suikergehalte eenmaal zó hoog is in het bloed, dat het ook in de urine aantoonbaar is, kan men door de operatie niet meer de suikerziekte opheffen. Ook dan blijft een sterilisatie / castratie toch nog aangewezen, omdat hormoonschommelingen het instellen van de insulinebehoefte steeds in de war kan sturen. Reguleren van een niet geopereerde suikerziektepatiënt is zeer veel moeilijker.

Homeopathie
De behandeling van suikerziekte is weliswaar zeer goed mogelijk met behulp van insuline-injecties en dieetmaatregelen, maar vereist een ijzeren discipline!! Zonder dat lukt het niet! De homeopathie heeft nauwelijks iets te bieden voor deze patiënten. Ik heb mezelf nog niet kunnen overtuigen ooit een suikerziektepatiënt met homeopathische geneesmiddelen genezen te hebben. Ik heb hoogstens de indruk, dat soms het reguleren en wat begeleidende verschijnselen beïnvloed kunnen worden. Maak dus nooit de fout de insuline achterwege te laten en blind te vertrouwen op het effect van de homeopathie bij deze patiënten. De behandeling van suikerziekte hoort bij de dierenarts thuis. Mocht u desondanks goedbedoelde (alternatieve) adviezen van anderen willen proberen, doe dat dan uitsluitend in een open / goed overleg met uw dierenarts en dus nooit 'stiekem'! Uiteindelijk gaat het u en ons, dierenartsen, om het belang van uw hond, toch!

Kenmerkend beeld
Voorstadium ('prediabetes'): Veel plassen / veel drinken. Direct in aansluiting op de loopsheid. Sg urine te laag. Geen suiker in urine. Suiker in bloed (iets) verhoogd. Suikerziekte ('diabetes'): Veel plassen / veel drinken. Veel eten. Vermageren. Direct in aansluiting op de loopsheid. S.g. urine te hoog (door suiker). Suiker in urine en bloed te hoog. (Voor de reu: Zie punt 2).

Ziekte van Cushing
Bij de Ziekte van Cushing is er sprake van een te grote productie van bijnierschorshormonen door de bijnierschors. De oorzaak kan liggen in de bijnierschors zelf, of in de hypofyse, het besturingscentrum in de hersenen van de gehele hormoonhuishouding. Bij verdenking van deze ziekte doen we een urine- en/of bloedonderzoek om de diagnose te bevestigen en om vast te stellen waar de oorzaak ligt, bijnierschors of hypofyse. Tevens is belangrijk te weten of er wel of niet een kwaadaardig proces ten grondslag ligt aan de storing. Om een en ander vast te stellen is het nodig om de patiënt eenmalig of enkele keren, hoge doses bijnierschorshormonen toe te dienen. Dat is om te zien hoe het lichaam op de hormonen reageert, en dat levert ons dan weer waardevolle informatie. Soms geeft dat wat verzet bij een eigenaar van een verdachte Cushing patiënt. Als we over bijnierschorshormonen praten, denken we natuurlijk meteen aan prednison. En dat middel heeft een slechte naam. Toch hoeft u zich geen zorgen te maken over de kortstondige toediening, omdat alleen langdurige toediening van bijnierschorshormonen, of corticosteroïden, ernstige gevolgen heeft. De test is nuttig om te kunnen vaststellen wat we eraan gaan doen: behandeling met medicijnen of een operatie. De internisten zijn de laatste tijd best wel positiever geworden over de resultaten van de Cushing behandeling. Gelukkig maar! Niettemin blijft het een erg moeilijke patiënt.

Homeopathie
Incidenteel zien we verbetering van de klachten bij een Cushing patiënt met een homeopathisch geneesmiddel. En dan nog alleen bij minder ernstige gevallen met een hypofyseafhankelijke Cushing, die niet veroorzaakt wordt door een kwaadaardige tumor. Echt juichen kan ik er niet over.

Kenmerkend beeld
Ziekte van Cushing: Veel plassen / veel drinken. Veel eten. Vetzucht. Haaruitval, kaalheid, dunne gepigmenteerde huid, beginnend op de rug, zonder jeuk. Opgeblazen 'gevoel', onrust. S.g. urine te laag. Soms samen met beeld van suikerziekte (gecastreerde reu).
Schrompelnier De naam 'schrompelnier' komt door het feit, dat chronische ontstekingen en, daarna littekentjes, ervoor zorgen dat de nieren harder en kleiner worden, waardoor het functionele weefsel in omvang afneemt. De afwijking komt meestal voor bij de oude hond. Als de nieren weliswaar meer water uitscheiden, maar minder afvalproducten van bijvoorbeeld de eiwitstofwisseling, treedt er geleidelijk aan een vergiftiging van het lichaam op. Het afvalproduct van de eiwitstofwisseling noemen we ureum. En als er te veel ureum in het bloed zit, spreken we van uremie. Zo'n schrompelnier als gevolg van een chronische nierweefsel ontsteking is niet meer te genezen, helaas. Toch blijkt in de praktijk, dat soms ogenschijnlijk ernstige nierpatiënten, nog een flinke hoeveelheid 'blessuretijd' erbij krijgen. Dat betekent, dat we voor de prognose stelling van zo'n patiënt niet alleen naar de bloedwaarden moeten kijken, maar vooral ook naar hoe de patiënt het verder doet.

Kippenei
Belangrijk is, dat de nierpatiënt zo snel mogelijk en consequent op een nierdieet gaat. De belangrijkste kracht van het nierdieet is, dat er minder eiwit in zit, en van een veel betere kwaliteit dan in een normaal voeder, zodat er minder afvalproducten geproduceerd worden. De keuze valt meestal op een vakkundig fabrieksmatig samengesteld nierdieet. Niet ieder zgn. nierdieet is ook een goed nierdieet. Vraag uw dierenarts om raad. Hij kan u, afhankelijk van de ernst, seniorendieet, nierdieet of zelfs uremie dieet (in ernstige gevallen) voorschrijven.
Als uw nierpatiënt niet de fabrieksmatig bereide nierdieten wil eten, kunt u het proberen met een zelfgemaakte voeding. Want eten moet ie, anders verliest hij nog meer conditie. Als voedingsmiddelen met een, wat we noemen, een hoge biologische eiwitwaarde kunnen we noemen: kippenvlees, kippenei en melkproducten, zoals vla, yoghurt, e.d.

Homeopathie
Ook hier geldt weer, dat de homeopathie weinig meer kan doen. Toch is het dubbel-en-dwars de moeite waard bij uremie patiënten, naast het nierdieet, de volgende middelen toe te dienen: Solidago virga aurea ø en Lespedeza Sieboldi D3; beide zien we in MacSamuel Niertonicum®. Proberen dus. Eigenlijk zijn dit kruidengeneesmiddelen.

Kenmerkend beeld
Schrompelnier: Veel plassen / veel drinken. Vaak minder eten. Vaak wat vermageren. Vaker braken. Vaak wat minder actief. Vaak betekent dus niet altijd! S.g. urine te laag (meestal 1.010). Ureum en kreatinine in het bloed verhoogd.

Pyometra
De term 'pyometra' staat voor een chronische baarmoederontsteking met ophoping van veel etter of bloederig etter in de baarmoeder. De pyometra manifesteert zich veelal 1 – 2 maanden na de loopsheid. Er is maar één goede oplossing, en dat is een ovariohysterectomie, of, vertaald in het Nederlands, het verwijderen van baarmoeder en eierstokken.

Homeopathie
Theoretisch zijn er wel wat mogelijkheden in de homeopathie. Maar die worden alleen 'geprobeerd', als een operatie niet kan, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij een oude hond met een hartfalen. Met name de middelen Pulsatlilla D6 en Sepia D6 kunnen best wel werkzaam zijn. Eventueel in combinatie met antibiotica; waarom niet. Gewoon alles uit de kast halen om de patiënt weer op de been te krijgen. In combinatiepreparaten voor deze indicatie vinden we naast de genoemde middelen vaak ook Sabina D6 en Secale D6. Beide middelen dragen bij tot een goed samentrekken van de baarmoeder teneinde de 'rommel' te lozen. De 4 genoemde middelen zijn ook heel goed inzetbaar als preventief middel, gedurende 3 weken, direct na de loopsheid te starten.

Kenmerkend beeld
Veel plassen / veel drinken. Soms minder eten. Vaak geen zichtbare uitvloeiing! Likken aan de vulva (ook als er geen uitvloeiing is). 1 – 2 maanden na de loopsheid (suikerziekte direct in aansluiting op de loopsheid). Vaak geen koorts. S.g. urine te laag. Bloed: sterk verhoogd aantal witte bloedcellen (ontsteking!). Echografie: Vergrote baarmoeder met vloeibare inhoud.

Diabetes insipidus
Dit heeft niks te maken met suikerziekte, ook al wordt de laatste wel eens afgekort tot 'diabetes'. De nieren kunnen bij deze afwijking het water minder goed 'vasthouden'. Verder is er niks aan de hand. De mogelijkheid van het lichaam om zuinig om te springen met water wordt gerealiseerd door een hormoon uit de hypofyse, het zgn. anti-diuretisch hormoon of A.D.H. 'Diurese' betekent 'urine-uitscheiding'. Er kan op 2 plekken iets mis gaan: In de hypofyse en in de nieren. Of het hormoon wordt niet meer geproduceerd in de hypofyse of de plek waar het hormoon z'n werk moet doen in de nieren is niet meer functioneel. In het eerste geval spreken van centrale diabetes insipidus, in het tweede van een nefrogene diabetes insipidus. Bij de centrale vorm drinkt de patiënt soms wel 15 liter water per etmaal. Bij de nefrogene vorm is dit een stuk minder, maar toch te veel.

Homeopathie
Voor de centrale diabetes insipidus zijn wel homeopathische behandelings mogelijkheden beschreven, maar in de praktijk vallen de resultaten tegen. Toevoeging van het ontbrekende hormoon in het preparaat Minrin® is nog steeds de beste therapie. Het is wel een peperdure behandeling, die voor de rest van het leven noodzakelijk is. Voor de behandeling van de nefrogene vorm bestaat ook wel een regulier middel. Het nadeel daarvan is, dat niet alleen water wordt vastgehouden, maar ook afvalproducten. Omdat de patiënt met de nefrogene vorm veel minder drinkt dan die met de centrale vorm, is het in veel gevallen maar de vraag of je daadwerkelijk moet gaan behandelen. Als er geen sprake is van onzindelijkheid accepteren we de dorst maar. In de homeopathie is het middel Acidum phosphoricum D6 te proberen. Heb daar ook niet te hoge verwachtingen van.

Kenmerkend beeld
Centrale diabetes insipidus: Veel plassen / veel drinken. Niet zelden 10 – 15 liter water per etmaal (!). S.g. urine zeer laag (1.000 = water). Nefrogene diabetes insipidus: Veel plassen / veel drinken. Veel minder drinken dan de centrale vorm. S.g. urine laag.

Pancreasatrofie
Het beeld van de pancreasatrofie of onvoldoende alvleesklierwerking lijkt heel veel op suikerziekte. Opvallend daarbij is de productie van ontzettend veel stopverfkleurige ontlasting. We vinden echter geen verhoogd suikergehalte in urine en bloed, zoals bij suikerziekte. De oorzaak van de klachten is een gebrek aan verteringsenzymen, waardoor het voedsel onvoldoende verteerd wordt, en dus in grote hoeveelheid via de 'achterdeur', onbenut, geloosd wordt.
De prognose van deze afwijking moet zeer gereserveerd gesteld worden; vooral bij Duitse Herders kan die slecht zijn. De juiste diagnose stellen we in het bloed (en dus niet in de ontlasting). We bepalen dan, bij een nuchtere patiënt, de TLI-waarde; die mag niet onder de '5' komen.

Homeopathie
Als belangrijkste behandeling gelden middelen als Tryplase® en Viokase®; preparaten, die de ontbrekende enzymen bevatten. Zo'n enzympreparaat is absoluut veilig en moet u zeker niet achterwege laten, ook niet als u met alternatieve middelen behandelt. In de homeopathie kennen we het middel Haronga madagaskariensis D4, dat het proberen waard is. Bovendien is het nuttig om door een homeopathisch werkende dierenarts te laten bepalen welk homeopathisch middel bij de totale patiënt past; bij al zijn symptomen. Dat is so wie so, ook bij de andere besproken ziektes de moeite van het proberen waard!

Kenmerkend beeld
Pancreasatrofie: Veel plassen / veel drinken. Veel eten. Enorm vermageren. Veel stopverfkleurige ontlasting. S.g. urine te laag. Bloed: TLI-waarde < 5.

Tot slot
Ik ben me ervan bewust niet alle mogelijkheden besproken te hebben. De genoemde afwijkingen zijn wel de meest voor de hand liggende. Belangrijk is te weten, dat ook bepaalde medicijnen veel plassen en veel drinken kunnen veroorzaken. Bekend zijn in dit verband de corticosteroïden of bijnierschorshormonen. Het is een veelvuldig toegepast middel bij de meest uiteenlopende klachten wegens zijn goede werking als ontstekingsremmer en anti-jeukmiddel. Ook bij bijvoorbeeld leverlijden (bv. tumoren) zien we veel plassen en veel drinken. Daar komen we achter via echografie en een leverbiopsie. Over de Aqualist, de Waterverslaafde, hebben we het al even gehad. Die drinkt zoveel, dat hij gemakkelijk te verwisselen is met een centrale diabetes insipidus. Zeker voor de Aqualist geldt, dat een volledig passend middel gevonden moet worden om succes te hebben. Het gaat bij deze patiënt in feite om een gedragsprobleem.

Dit is een bijdrage van WHG DIERENARTSEN BV te Dodewaard – © 2006

Vragen over je hond? stel ze op het Hondenforum