Oudduitse herder ...
|
Beauceronpups geb ...
|
|
Rasstandaard Dogo Argentino:
Schedel Massief, rond. De ronding van de schedel wordt veroorzaakt door de kauwspier, de hapspier en aan de achterkant door de nekband en de armhoofdspier. Voorsnuit Heeft dezelfde lengte als de schedel. Het hoofd vertoont, van profiel gezien, een ronde schedel, gevormd door de sterke spieren. De voorsnuit geeft het idee dat hij iets naar boven wipt bij de neus. Met andere woorden, de hond heeft een dogachtige schedel en de voorsnuit van een jachthond. |
![]() |
|
Ogen
Donker of amandelkleurig. Zwaar ooglid. De pigmentatie rond de ogen moet zwart of licht zijn. De ogen moeten goed uit elkaar staan en een levendige, intelligente, doch tegelijkertijd ook een harde uitdrukking hebben. |
![]() |
Kaken
De kaken moeten goed geproportioneerd en sterk zijn met grote tanden, die diep in de kaken staan. Het belangrijkste is, dat het gebit homogeen en vooral goed sluitend is. De hond mag geen cariës en onregelmatigheden in boven- of ondergebit hebben. Het is belangrijk, dat de 4 hoektanden groot en duidelijk zijn en perfect kruisen als ze hun prooi vasthebben. Neus Moet sterk zwart gepigmenteerd zijn en een lichte welving in de punt van de neus vertonen. De neusgaten moeten wijd zijn. Oren Moeten aangezet zijn naast de hoogste kant van de schedel. Ze moeten staand of half staand gedragen worden. De vorm is driehoekig en de oren. Lippen De lippenpartij moet goed droog zijn. Dus ze mogen niet hangen. Ze horen zwart gepigmenteerd te zijn. Occiput Deze mag niet uitsteken. Door de sterke halsspieren en banden is deze knobbel niet zichtbaar. |
|
Hals
Deze moet sterk en gebogen zijn, maar toch een bepaalde gratie vertonen. De keelhuid moet dik zijn en plooien hebben zoals bij de Mastiffs en Bulldogs en niet strakgetrokken, zoals bij de Bullterrier. |
|
Borst
Breed en diep. Het idee gevend, dat er grote longen aanwezig zijn. Het borstbeen moet voorbij de ellebogen komen. Thorax Met veel volume. Van de zijkant gezien moet hij de ellebogen passeren. Schoft Hoog geplaatst en sterk, met grote spierontwikkeling. Wervelkolom Moet hoog zijn bij de schoft, schuin naar beneden lopen en bij de lendenpartij licht gewelfd zijn. Voorbenen Moeten recht en massief zijn, met korte en compacte tenen. Lendenpartij Sterk gespierd. Achterhand Sterk gespierd en goed gehoekt. Voeten moeten compact zijn en mogen geen hubertusklauw hebben. |
![]() |
|
Staart
Moet lang en dik zijn. Wordt op een natuurlijke wijze naar beneden gedragen. Bij actie wordt de staart hoog gedragen met een voortdurende laterale beweging, zoals wanneer hij zijn baas bij thuiskomst begroet. |
![]() |
Gewicht 40 - 50 kilo.
Hoogte 60 - 65 cm De keurmeester mag niet flexibel zijn wat betreft de hoogte van de hond. Onder de 60 cm. mag niet geaccepteerd worden. Ditzelfde geldt voor het gewicht. De Dogo Argentino is een jachthond voor groot wild. De ondermaat maakt de hond minder geschikt voor de jacht. Een reu of teef onder de 60 cm. moet gediskwalificeerd worden. als er gekozen moet worden tussen een aantal honden met gelijke kwaliteit, kiest men voor de grotere en zwaardere honden zonder in de hoogte te overdrijven. Beharing Absoluut wit. Elke vlek van een andere kleur betekent diskwalificatie. |
|
Diskwalificerende fouten
|
|
Glasoog Soms komt men een Dogo Argentino tegen die een donker en een heel lichtblauw oog heeft. Het komt ook wel voor dat men twee ogen waarneemt die heel lichtblauw van kleur zijn. Dit noemt men een glasoog en is een ongewenste eigenschap bij de Dogo Argentino. De vorm van de lippen Het is soms moeilijk om de rasstandaard juist te interpreteren. Wanneer dat blijkt dan kijkt men voor welke functie de hond gefokt is. Of de Dogo Argentino nu een echte Molosser of een zuivere dogachtige is, daarover kan men veel gedachten tegenover elkaar zetten. Het is zeker niet de bedoeling geweest van de bouwers van het ras om een dogachtige Dogo Argentino te fokken (immers alleen in Nederland is de Dogo Argentino onderverdeeld bij de groep Dogachtigen). |
![]() |
|
De dogachtigen staan immers geboekt als beschermers van huis en hof en om ten strijde te trekken in de oorlogen. De makers van de Dogo Argentino wilden in hem een jachthond op groot wild zien, met sterke neus en goede wendbaarheid. Niet te zwaar en niet te licht van bouw.
Wanneer we teruggaan naar de lipvorm, dan is het makkelijk te begrijpen wat de standaard aangeeft. Niet overhangend zoals de meeste dogachtigen, dus ook geen kwijlen. Niet overhangend, daar dit belemmerend zou werken bij het aangrijpen van het wild. De hond zou zijn eigen lippen kunnen beschadigen. Kenmerkend is echter bij de Dogo Argentino, dat hij iets losse mondhoeken houdt. Wanneer de hond de prooi goed vastheeft, biedt deze eigenschap de mogelijkheid om door te blijven ademen.
|